CONCLUSIES INTERNATIONAAL VRIJWILLIGERSCONGRES

CHARITAS EN VRIJWILLIGERSWERK IN HET DERDE MILLENIUM”

Catholieke Universiteit « San Antonio » (UCAM)

In medewerking met de Pauselijke Raad “Cor Unum”

 

Murcia – Spanje

22-24 februari 2002

 

Murcia, 25/02/2002

De Catholieke Universiteit “San Antonio” (UCAM), in medewerking met de Pauselijke Raad “Cor Unum” voor menselijke en christelijke bevordering, heeft tijdens drie dagen een van de meest betekenisvolle gebeurtenissen van de laatste jaren wat vrijwilligerswerk betreft georganiseerd. Het Congres heeft ook het sociale werk die de Katholieke Kerk in de vijf continenten doorbrengt – nooit genoeg bekend – naar voren gebracht. Duizenden mensen hebben aan het Congres meegewerkt, hetzij door de aanwijzigheid van publiek, hetzij door de vele vrijwilligers van de “Hospitalidad de Lourdes” die deel aannamen aan de sluitviering. Er werden ook de laatste technologische middelen gebruikt; ongeveer 600 toeschouwers volgden on line het Congres vanuit Spanje, Italië, Mexico, Colombia, Costa Rica, Argentinië, Peru, Dominicaanse Republiek en Verenigde Staten. Hieraan moet men de mededelingen en bijdragen die uit de hele wereld naar de UCAM aangekomen zijn.

De president van de UCAM, José Luis Mendoza, heeft als eerste vruchten van het Congres publiek gemaakt dat er aan Argentinië een economische hulp door de Universitaire Stichting gegeven gaat worden; ook dat een gasthuis voor arme kinderen in een orthodox land door de Universiteit in medewerking met de Pauselijke Raad “Cor Unum” gesteund zal worden.

 

 

CONCLUSIES

 

1. Het verschijnsel van Vrijwilligerswerk heeft zich in de laatste jaren op wereldniveau op een wonderbare manier ontwikkeld. Deze ontwikkeling heeft in het bijzonder tussen de jongeren plaats gevonden; daardoor is blijkbaar geworden dat jongeren in staat zijn tot het kennen van het goede, tot liefde en verspreiding ervan over de hele wereld. De jongeren laten zien een groot gevoel om de ongerechtigheid op te vangen; wij worden verrast door de kracht van hun afspraken. Bewijs daarvan is – zoals tijdens het Congres gezegd werd – het huidige belang voor solidariteit tussen de nieuwe generaties, die de hulp aan mensen in nood hoog waarderen en in de sociale wereldstructuur willen invoeren.

 

2. Het vrijwilligerswerk is de vrucht van vrij handelen van miljoenen mensen die een deel van hun tijd – d.w.z. van hun leven – voor het verbeteren van moelijke situaties beslissen te bestemmen. Het is daarom een grote getuigenis van de waarde van kosteloos geven, die ons diep verheugt in een vaak hoog individualistische wereld.

 

3. Er is desondanks door getuigenissen en bijdragen ook duidelijk geworden dat het door vrijwilligers doorgebracht werk soms door de verschrikkelijke uitwerking van ongerechtigheid, sociale verschillen, lijden… verdonkerd wordt. Soms vallen de geesten in hopeloosheid door het aanhouden van het kwaad, die onze krachten overgaat; de oorzaken ervan zijn veel en voor ons moeilijk op te lossen. Daarom is het niet vreemd dat, als men geen hogere zin voor het werk vindt, de twijfels over de geldigheid ervan zwaar worden en de aanvankelijke hoop opgaat.

 

4. Toch weet de christelijke vrijwilliger dat de overwinning van het kwaad alleen ogenschijnlijk is. Hij weet dat, omdat de wortel van zijn inspanning in Christus te vinden is. Gelovigers kennen de Verrijzenis van de Heer, de diepe positiviteit van al wat bestaat; dit alles is aan de Liefde van God te danken, die door de schepping en de menselijke geschiedenis zich getoond heeft. De voornaamste kracht van het christelijke vrijwilligerswerk is zijn diepe zin te vinden: de gelovige weet dat hij door zijn woord en getuigenis de verlossende aanwezigheid van de goddelijke liefde laat zien.

 

5. De zuilen van het christelijke vrijwilligerswerk zijn dus deze twee: de liefde van Jezus, die zijn leven voor zijn broeders gratis gegeven heeft; en de overwinning van de goddelijke Liefde op de dood (kwaad van alle kwaden).

 

6. Wij hebben kunnen ervaren tijdens deze drie dagen hoe het vermogen tot zelfovergave dat Christus ons getoond heeft, dat door de christenen als voorbeeld gevolgd wordt, zich langs de geschiedenis aanwezig heeft gemaakt. Er werd ons herinnerd dat de eerste christelijke gemeenschappen hun werk in de wereld niet alleen als een verandering van sociale structuren opvatten. Zij werden geduwd door een nog grotere kracht, die uit het Evangelie uitkomt en door de Liefde (Charitas) gekenmerkt wordt. Op dezelfde wijs hebben wij andere activiteiten en werken leren kennen die, door dezelfde kracht beweegd, ons hebben laten zien dat de Verlosser van de mens in de armen en in de mensen die lijden aanwezig is. Hij wil in elk menselijk schepsel herkend en bemind worden.

 

7. De Liefde is de zelfgevingsliefde die de krachtige Liefde van Christus tracht door te stralen. Daarom overtreft de Liefde de solidariteit, ook als deze laatste een heel belangrijke waarde is. De Liefde geeft zin aan het solidair werk, dat door de gaven van de Geest geheiligd wordt. De Liefde laat dat de solidariteit verder reikt dan de nood, verder dan de concrete hulp. De Liefde schept een personale relatie, reinigt en verandert mensen, schept een band tussen het werk, de mensen en God. In de Brief die op 5 december (Wereldlijke Dag voor het Vrijwilligerswerk) de heilige Vader aan de vrijwilligers van de hele wereld gericht heeft lezen wij deze woorden: « Door de liefde aan God en de liefde aan de broeders bevrijdt het Christendom al haar verlossende kracht. De Liefde betekent de meest sprekende vorm van evangelisatie, want door het antwoorden op lichamelijke noden wordt er aan de mensen de liefde van God als zorgvuldige Vader getoont; Hij is altijd voor iedereen beschikbaar”. Het gaat niet alleen om de concrete materiële noden van de meest benadelde mensen, maar ook om de ervaring van de liefde van God die zij persoonlijk kunnen beleven. Door het vrijwilligerswerk wordt de christen een getuigen van de goddelijke liefde: hij verkondigt hem en maakt hem op elk moment tastbaar, in de mate hijzelf zich door die liefde gevuld voelt.

 

8. Wij kunnen niet vergeten dat het liefdeswerk op een concreet moment plaats vindt, in bepaalde omstandigheden, met sociale mogelijkheden en voorwaarden. Het is dus noodzakelijk aan de algemene situatie waarin het vrijwilligerswerk zich ontwikkelt aanchacht te schenken. Binnen dat algemene kader krijgt het verschijnsel van globalisatie groot belang, hetzij door haar betekenis hetzij door haar gevolgtrekkingen. Laten wij niet vergeten dat de Sociale Leer van de Kerk (na de Encycliek Rerum Novarum van Leon XIII) de toepassing ervan aan de sociale sfeer gerechtvaardigde door de nieuwe vraagstellingen die de veranderingen in de sociale structuren (de “nieuwe dingen”)  aan de christelijke gezin stelden. Wat de globalisatie betreft – zo werd in dit Congres duidelijk gemaakt – benadrukt de kerkelijke Leer drie basisprincipes: de erkenning van de waardigheid van de menselijke persoon, de solidariteit uit de menselijke broederschap ontstaan – de wortel waarvan is dat elke mens door God naar zijn beeld en gelijkenis geschapen is – en de subsidiariëteit.

 

9. Het christelijke vrijwilligerswerk draagt bij de schepping van een echte geglobaliseerde solidariteitscultuur en moet er nog bijdragen. Het is noodzakkelijk, zoals er door Johannes Paulus II in een rede aan Kofi Annan gezegd werd, “de netten van wederzijdse relaties tussen het economische, het politische en het sociale met solidariteit dooreenvlechten; door globalisatieprocessen, neigen deze banden in het huidige moment tot groei”. Hiernaast wordt bevordering van geldige internationale controle- en bestuurinstellingen een prioritaire zaak tot verbetering van levensomstandigheden van al de bewoners op aarde, met speciale aandacht voor de meest zwakke. De keuze voor de armen moet ook in het kader van internationale instellingen duidelijk gemaakt worden.

 

10. Het vrijwilligerswerk toont het grote verspreidingsvermogen van het goede, laat zien hoe de goddelijke liefde door de grote menigte gelovigers op aarde aanwezig wordt; door de kracht van de Liefde in het diepste van hun wezen bewogen, bestemmen zij hun inspanningen voor de anderen. Wij allen weten dat de vrede, in de spanningsmomenten die de huidige wereld beleeft zo gewenst, mogelijk zal zijn in de mate de hele mensheid haar oorspronkelijke roeping weet te herontdekken: de roeping om één familie te worden, waarin de menselijke waardigheid van elke persoon erkend wordt zonder verschil aan ras, geslacht en lichamelijke of psichologische ontwikkeling, en ver van welke soort economische, politische of ideologische belangen dan ook.

 

UCAM

Murcia

23 februari 2002